Tigre Benelux
»
Nieuwsbrief
»
Algemene Info
»

Platte Daken: Gevarenzone

Platte Daken: Gevarenzone

Bij gebrek aan een collectieve bescherming (bijvoorbeeld borstwering) moeten de personen zich beschermen tegen valgevaar als de valhoogte (vanaf de voeten gemeten) groter is als 2 meter (KB gebruik PBM 13.06.2005).

Voor de personen die op platte daken werken, bestaat er in België geen exacte wetgeving die de afstand bepaalt tot de dakrand waarin de onveilige zone is gesitueerd, het is te zeggen de zone waarin de persoon individueel moet beschermd zijn bij gebrek aan een reglementaire collectieve bescherming.

Op Europees gebied bestaat er ook geen wetgeving over, bij mijn weten zelfs geen normering; zelfs de omschrijving van een plat dak (hellingsgraad tot …… %) is niet vastgelegd. (wordt door fabrikanten van doodgewichten EN795/E vastgelegd op 5%).

In onze omringende buurlanden is dit wel wettelijk bepaald; Nederland = 4m00 vanaf de dakrand, Frankrijk = 2m50 etc…

De GOF operatoren (Proximus, Orange & Telenet) hebben dit onderling vastgelegd op 2m50 (zie tekening hierboven).

  • Rode zone tot 2m50 van de dakrand = onveilige zone
  • Oranje zone van 2m50 tot 4m00 van de dakrand = overgangs- of waarschuwingszone
  • Groene zone vanaf 4m00 van de dakrand = veilige zone

Bij smalle daken, is het dus mogelijk dat één of 2 van deze zones niet bestaat en dat de gebruiker moet beschermd worden vanaf de toegang tot het dak.

Een inspecteur van de technische inspectie van Charleroi (Ministerie van Tewerkstelling & Arbeid) heeft mij jaren geleden verwezen naar de ARAB artikels 42 en 434.8.2, waaruit men “onrechtstreeks” kan afleiden dat de onveilige zone 1m50 minimum is.

Tevens vermeld het KB van CB van 30.08.2013 Bijlage II:

Als sommige gedeelten van de bouwplaats niet voor de arbeid toegankelijk zijn en de toegang ertoe gevaar oplevert voor de werknemers, worden deze plaatsen aangeduid door waarschuwingsborden voor gevaar, overeenkomstig de bepalingen betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk, en worden ze door materiële elementen behoorlijk afgebakend. Deze materiële elementen beletten de onvrijwillige toegang tot deze gedeelten van de bouwplaats.

Indien deze elementen niet op een afstand van ten minste 1,5 m van de lege ruimte gelegen zijn, dan voldoen ze aan de vereisten gesteld voor de beveiligingselementen bedoeld in de punten 2 en 3 (nvdr: ttz het plaatsen van collectieve bescherming)

Als we dit toepassen op het gebruik van bijvoorbeeld een horizontale levenslijn, moeten we goed begrijpen dat niet de levenslijn op minimum 1m50 van de dakrand moet gesitueerd zijn maar dat de persoon zich moet kunnen vastmaken aan de levenslijn op een afstand > 1m50 van de dakrand; dus de levenslijn start steeds in de veilige zone en kan daarna “eventueel” zich dichter bij de dakrand bevinden.

Dit laatste zou moeten onderzocht worden en door middel van een risicoanalyse bepaald worden, rekening houdend met de veilige werkhoogte en pendule beweging bij eventuele val.

Geef steeds voorrang aan een collectieve bescherming.

Groeten,

Frank Louwet
Specialist Valbescherming PBM